We kunnen nu m.b.v. de sleutels de stamtonen van elk oktaaf op de notenbalk noteren en een naam geven. Daarbij zie je dat de laagste oktaven (van Subcontra- t/m klein oktaaf) gebruik maken van de F-sleutel, en de hoge oktaven (van ééngestreept t/m driegestreept) van de G-sleutel:
Opmerking(en):
De groene C-noot (c1) in beide notenbalken is dezelfde noot. Deze wordt ook wel de CENTRALE C genoemd, omdat hij bij de piano ongeveer in het midden zit.
Merk op dat bij de vioolsleutel de centrale C laag op de notenbalk zit (zodat er veel ruimte daarboven is om de noten voor de hogere partijen/instrumenten te noteren), en bij de bassleutel hoog op de notenbalk (zodat er daaronder ruimte is om de noten van de lagere partijen/instrumenten te noteren).
Hierdoor wordt de beperking van ‘slechts’ 5 lijnen voor de notenbalk enigszins opgeheven (zie ook § 4).
De C-sleutel wordt in de koorzangpraktijk eigenlijk niet meer gebruikt, maar in sommige oude partituren kom je hem nog wel eens tegen. Bepaalde instrumenten (bv. altviool of cello) gebruiken hem nog wel.
Laatste update: 30 mei 2008 | © 2008 noten-leren-lezen.nl