In de voorbeelden zijn tot nu toe noten gebruikt met een ronde vorm. Wellicht heb je weleens gezien dat sommige noten ‘stokken’ hebben. Dat heeft te maken met de duur van een toon, zoals je in § 24 kan lezen.
Wanneer dan, om ruimte te sparen in een partituur, 2 stemmen of instrumenten op 1 notenbalk genoteerd worden, zou er verwarring ontstaan als alle noten de stokken in dezelfde richting zouden hebben.
Om dat probleem op te lossen is bedacht dat de noten van de bovenste stem genoteerd worden met de stokken omhoog, en de noten van de onderste stem met de stokken omlaag.
Onderstaand voorbeeld zou de basisvorm kunnen zijn van een vierstemmig koorstuk, waarbij de vrouwenstemmen (sopraan en alt) in de bovenste notenbalk genoteerd worden, en de mannenstemmen (tenor en bas) in de onderste.
Daarbij hebben sopraan- en tenorstem dan de noten met de stokken omhoog, en alt- en basstem de noten met de stokken omlaag.
Opmerking(en):
Als 2 stemmen dan dezelfde noot moeten zingen of spelen, kan dat zo opgeschreven worden dat één noot 2 stokken krijgt, in beide richtingen. Bij zogenaamde hele noten (die geen stokken hebben) (zie § 24) worden dan soms ook wel de 2 gelijke noten naast elkaar genoteerd, om duidelijk te maken dat beide stemmen hem moeten zingen of spelen.
Ook als er maar één stem in een notenbalk genoteerd staat, is er een regel voor de richting waarin de stokken genoteerd moeten worden:
Laatste update: 30 mei 2008 | © 2008 noten-leren-lezen.nl