Noten leren lezen | Cursus § 11: Toonsafstanden

logo noten-leren-lezen.nl

§ 11: Toonsafstanden

Hoewel de geschreven stamtonen op de notenbalk in beginsel allemaal even ver uit elkaar staan (nl. steeds één stamtoonplaats), zijn niet alle afstanden tussen de klinkende tonen even groot.
In de muziek worden in eerste instantie 2 soorten TOONSAFSTANDEN onderscheiden:

  1. DE HELE (of grote) TOONSAFSTAND (1)
  2. DE HALVE (of kleine) TOONSAFSTAND (½)

Uitgaande van een stamtoonreeks beginnend op C, vinden we de hele en halve toonsafstanden als volgt terug:

C - D - E - F - G - A - B -(C)
. 1 . 1 . ½ . 1 . 1 . 1 . ½ .

Opm: De punten staan voor de noten zelf, en de cijfers voor de tussenliggende toonsafstand.⌋

Ik zeg nu alvast dat dit toonsafstandenpatroon klinkt als het bekende rijtje: “do-re-mi-fa-sol-la-ti-do”. Op deze namen kom ik in § 13 terug.

Onthou: Tussen elke E - F, èn tussen elke B - C zit ½ toonsafstand.
De hele toonsafstanden zijn niet moeilijk: waar de halve toonsafstanden zitten, dàt moet je weten. Met de vioolsleutel staan ze op een andere plek in de notenbalk dan met de bassleutel:

toonsafstanden

Opmerking(en):
Omdat er 2 soorten toonsafstanden zijn, is bv. de ene terts niet gelijk aan de andere. Reken maar mee:
De terts C-E heeft 2 hele toonsafstanden: van C naar D, en van D naar E.
De terts D-F heeft echter maar anderhalve toonsafstand: Een hele van D naar E, en een halve van E naar F.
De terts C-E is een grote terts, en de terts D-F een kleine terts.
Als basis- of stamtooninterval liggen beide 2 stamtoonplaatsen uit elkaar (volgens methode 1 uit § 10), en zijn ze dus hetzelfde, maar als klinkend interval verschillen ze, omdat ze verschillende toonsafstanden hebben!
Opm: Je kan het ook omdraaien: omdat ze verschillende toonsafstanden hebben, klinken ze anders.⌋

 

Laatste update: 30 mei 2008 | © 2008 noten-leren-lezen.nl

decoration2