Bij het noten lezen hebben we te maken met geschreven noten, die op gelijke of verschillende hoogte op de notenbalk staan. De afstand tussen 2 stamtonen noemen we INTERVAL. Dat betekent min of meer “tussen-ruimte”, maar kan ook tussen-waarde genoemd worden. Elke afstand tussen 2 stamtonen heeft een eigen tussenwaarde, en daarmee ook een eigen interval-naam. Er zijn 8 basisintervallen, die ik stamtoonintervallen noem:
Er zijn 2 manieren om te bepalen van welk basis-interval er tussen 2 noten sprake is:
Methode 1:
Als ik in het bovenstaande rijtje spreek van stamtonen die “een [x] aantal plaatsen uit elkaar liggen”, dan wil dat zeggen dat je voor het bepalen van het stamtooninterval tussen 2 noten telt van de stam van de ene noot naar de stam van de andere noot. Daarbij tel je de eerste noot als “nul”, en telt vervolgens per stam door tot je bij de volgende noot komt. Op die manier is te begrijpen dat bijvoorbeeld een kwart (het vierde interval) van C naar F niet 4 maar 3 stamtoonplaatsen uit elkaar ligt: De C tel je als nul, ‘naar de de D’ tel je als 1, ‘naar de E’ tel je als 2, en ‘naar de F’ tel je als 3.
Deze methode gaat uit van het aantal stamtoonplaatsen tussen 2 noten.
Methode 2:
Deze methode gaat uit van de naam van de intervallen. Laten we nog eens kijken naar de kwart C - F. De kwart is -zoals de naam al zegt- het vierde interval. Wanneer ik nu de C als 1 tel, de D als 2, de E als 3, en de F als 4, dan kom ik dus uit op het getal 4, het getal van de kwart. Zo kan ik heel makkelijk bepalen welk interval er is. Deze methode is eenvoudiger dan de vorige, en minder verwarrend, omdat 4 ook 4 is, en niet 3, als u begrijpt wat ik bedoel.
Als 2 noten na elkaar genoteerd staan (dus ook na elkaar klinken), spreken we van een MELODISCH interval.
Als noten boven elkaar genoteerd staan (dus gelijktijdig klinken), spreken we van een HARMONSICH interval.
Van elk interval volgt nu een voorbeeld als harmonisch interval, in een systeem met 2 notenbalken, die verschillende sleutels hebben:
Opmerking(en):
De intervallen priem, secunde, terts enz. zijn intervalnamen die gerelateerd zijn aan stamtoonplaatsen. Het zijn zoals gezegd basis-intervallen. Bijna alle basisintervallen komen echter in verschillende variaties voor, die elk een specifieke klank hebben. De bekendste daarvan zijn de grote terts en de kleine terts. In §12 zullen we ze tegenkomen.
Laatste update: 30 mei 2008 | © 2008 noten-leren-lezen.nl